Centrale Raad van Beroep laat zich uit over bijstandboetes

Door Kim Van Oosten op 12 jan 2016 / Plaats een reactie

Op 11 januari 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep een belangrijke uitspraak gedaan over het boeteregime in bijstandszaken.

Bijstandsgerechtigden zijn gehouden om uit eigen beweging of op verzoek van de gemeente  tijdig mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden die van invloed kunnen zijn op hun recht op bijstand. Worden relevante feiten verzwegen, dan zal dit ertoe leiden dat de ten onrechte ontvangen uitkering door de gemeente wordt teruggevorderd. Daarnaast zal een boete worden opgelegd.

Uitgangspunt van de wet is dat de boete wordt vastgesteld op de hoogte van het benadelingsbedrag: het totale bedrag dat de betrokkene te veel aan bijstand heeft ontvangen.

De Centrale Raad van Beroep heeft op 23 juni 2015 al bepaald dat bij de bepaling van de hoogte van de boete rekening gehouden dient te worden met de individuele situatie van de betrokkene. Steeds dient te worden bepaald wat de mate van verwijtbaarheid van het verzwijgen van relevante informatie is. Is er bijvoorbeeld sprake van opzet, grove schuld of van geen van beiden. Enkel in het geval dat opzet kan worden aangetoond, is het gerechtvaardigd dat de boete gelijk is aan het benadelingsbedrag. Bij de bepaling van de hoogte van de boete dient echter ook rekening gehouden te worden met de omstandigheden van het geval, zoals de draagkracht van de betrokkene.

In de uitspraak van 11 januari 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep een nadere invulling gegeven aan het boeteregime in bijstandszaken waar het de draagkracht van de betrokkene betreft. De gemeente dient zich ervan te vergewissen dat de boete, gezien de beperkte draagkracht van betrokkene, geen onevenredig gevolg heeft. Daarbij dient ook in het oog gehouden te worden of betrokkene in staat is om de boete binnen een redelijke termijn af te betalen. Het maximale tijdvak voor deze betaling in termijnen wordt door de Centrale Raad van Beroep in algemene zin gesteld op twee jaar. De uiteindelijke hoogte van de boete dient aldus te worden bepaald door de draagkracht van betrokkene en de mate van verwijtbaarheid van het schenden van de inlichtingenplicht.

Bent u geconfronteerd met een boete en wenst u bijstand? Neem gerust contact op met ons kantoor.

 

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2022 Haulussy The Law Company. Alle rechten voorbehouden — Made By 7
%d bloggers liken dit: